Hoe gaat het theorie-examen?
Voordat je praktijkexamen mag doen moet je eerst slagen voor je theorie-examen!
Het theorie-examen bestaat uit 50 vragen. In het examen zitten ook 2 testvragen, deze tellen niet mee voor de uitslag. Je beantwoordt dus 52 vragen in totaal.
Voordat het examen begint krijg je eerst 2 oefenvragen. Deze zijn er alleen zodat je kunt wennen aan het examen. Deze tellen niet mee voor de uitslag.
Om te slagen moet je minimaal 44 van de 50 examenvragen goed beantwoord hebben!
Voor het gewone theorie-examen heb je 30 minuten de tijd. Voor het theorie-examen met extra tijd en het individueel begeleide examen krijg je allebei 45 minuten.
De vragen in het theorie-examen auto gaan over 8 onderwerpen:
Gebruik van de weg:
De plaats op de weg, voorsorteren, inhalen, maximumsnelheid, stilstaan en parkeren.
Voorrang en voor laten gaan:
Voorrang geven op kruispunten, voor laten gaan bij afslaan en voor laten gaan van voetgangers.
Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en manoeuvres:
Onder andere over rijden op een autosnelweg of in een erf. En wat je wel en niet mag doen bij bijvoorbeeld een militaire colonne of tijdens een bijzondere manoeuvre.
Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodsituaties:
Het gebruik van lichten, geven van signalen, zitplaatsen, gebruik van autogordels en reageren in noodsituaties zoals pech en een ongeluk.
Verkeerstekens en aanwijzingen:
Verkeersborden, verkeerslichten, verkeerstekens op het wegdek en aanwijzingen van bijvoorbeeld agenten.
Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden:
Welke kennis en vaardigheden zijn belangrijk voor een veilige verkeersdeelname en om zuinig te rijden? En welke risico’s zijn er?
Wetgeving:
De algemene voorschriften uit de verkeerswetgeving en documenten die te maken hebben met het gebruik van de auto.
Voertuigkennis:
De eisen die aan de auto gesteld worden zoals lading en verlichting, en kennis van bijvoorbeeld dashboardsymbolen en gebruik van spiegels.

Hoe lang geldig?
Bij het CBR
Zorg dat je een kwartier van tevoren op het examencentrum bent. Op het examencentrum volg je deze stappen:
1. Aanmelden bij de aanmeldzuil
Toets je reserveringsnummer in en controleer je gegevens. Dit nummer staat in de brief of e-mail die je hebt ontvangen.
2. Spullen in het kluisje
Stop al je spullen in een kluisje, behalve je identiteitsbewijs!
3. Wacht tot je aan de beurt bent
Wacht in de wachtruimte en volg de aanwijzingen op de beeldschermen. Daarop zie je jouw reserveringsnummer met daarachter een status:
‘Aangemeld’ betekent: je bent aangemeld voor het examen. Zodra er plaats is, word je opgeroepen.
‘Spullen in de locker’ betekent: je bent bijna aan de beurt. Als het goed is, heb je al je spullen eerder al in je kluisje gedaan.
Behalve je identiteitsbewijs. Deze houd je bij je!
‘Ga naar start examen’ betekent: je bent aan de beurt. Meld je bij de balie ‘Start examen’.
4. Inchecken bij de balie ‘start examen’
Hier controleert een medewerker je identiteitsbewijs en krijg je je tafelnummer.
Doe je een examen met extra tijd? Dan krijg je hier ook de oordopjes.
5. Het examen
Neem plaats in de examenzaal aan de tafel met het juiste tafelnummer. Leg je identiteitsbewijs op tafel en voer je reserveringsnummer in.
Controleer voor de zekerheid of je e-mailadres klopt en kies dan ‘Start’. Volg de instructies op het scherm.
6. Einde examen
Na afloop van het examen krijg je meteen de uitslag.
Deze ontvang je ook binnen 24 uur per e-mail!
7. Fouten terugkijken
Je hebt kort de tijd om te kijken welke vragen je fout hebt beantwoord.
8. Verlaat de examenzaal
Haal je spullen uit het kluisje. Je kunt nu naar huis.